Koning

Velden benoemen

Een schaakbord heeft 64 vakjes. Die vakjes heten velden. De helft van de velden is zwart en de andere helft is wit.
Elk veld op het schaakbord heeft een eigen naam.
Dat is handig als je praat of schrijft over een partij of over een puzzel.

De naam van een veld bestaat uit twee onderdelen: een letter en een cijfer.

De lijnen op het schaakbord lopen van onderen naar boven en hebben allemaal een letter.
Je kunt ze vergelijken met straten die naast elkaar liggen: de a-straat, de b-straat en zo verder tot met de h-straat.

Alle rijen op het schaakbord lopen van links naar rechts en hebben allemaal een nummer: de onderste rij is 1, de bovenste rij is 8. Dat zijn een soort huisnummers.

Door de letters en de cijfers samen te gebruiken, krijgt ieder veld zijn eigen naam. Je vindt de naam door eerst de letter van de lijn op te zoeken en dan het cijfer van de rij. Vergelijk het maar met een adres: eerst de straatnaam en dan het nummer. Het veld helemaal linksonder is a1. Het veld rechtsonder heet h1. En het veld rechtsboven in de hoek? Dat is h8.

Kijk nu naar het voorbeeld.
Op het bord staan een witte koning en een zwarte koning. Weet jij hoe de velden heten waarop de koningen staan?

Wat moet je doen?

De kikker springt naar een veld. Geef aan hoe dit veld heet door de juiste letter en het goede cijfer aan te klikken. Denk eraan dat je altijd begint met de letter.

Tip:

Het is best lastig om uit je hoofd te bedenken welke letters en cijfers er bij de velden horen. Om het iets makkelijker te maken, kun je tijdens de oefening de letters en cijfers onder en naast het bord in beeld krijgen. Dat doe je door op het tandwieltje boven het bord te klikken. Klik dan op ‘Coords’.