Koning

Verdedigen: dekken (1)

Bij schaken gaat het niet alleen om aanvallen. Soms moet je ook zetten doen om te verdedigen. Je moet dus weten wat je kunt doen om te verdedigen.

Een stuk dat staat aangevallen, kun je op vier manieren verdedigen:

  • Weggaan: vlucht met het aangevallen stuk naar een veilig veld
  • Blokkeren: zet een ander stuk tussen de aanvaller en het stuk dat in gevaar is. Dit heet ook wel tussenplaasten
  • Slaan: sla het stuk dat aanvalt
  • Dekken: dek het aangevallen stuk. Als de ander dan jouw stuk slaat, kun je terugslaan.


Wat moet je doen?
In deze les oefen je met de vierde manier: dekken. Verdedig het stuk dat wordt aangevallen met een ander stuk. Zo verlies je geen materiaal.