Het schaaksprookje van de drie zwarte koningen

Jun 23, 2016
  JacquelineW
StaffCoach 1543

Er was eens… een pion die promoveerde tot een koning. Wat? Kan dat niet? Jawel hoor, in sprookjes kan alles. In dit schaaksprookje komen zelfs drie zwarte koningen op het bord! Maar het loopt slecht af met ze.

Er was eens een schaakgrootmeester* die een toernooi ging spelen in Vladivostock. In Moskou stapte hij in de Transsiberië Express, voor een treinreis van 9287 kilometer. De reis zou ruim een week duren, dus de grootmeester had alle tijd om zich in de trein voor te bereiden op het toernooi. Dacht hij. Hij had alleen de pech dat tegenover hem een man zat die de hele tijd met hem wilde praten.

De man was bonthandelaar, vertelde hij. Hij was op weg naar Vladivostock om bont in te slaan. Terug in Moskou ging hij die verkopen. Hij vertelde over de kwaliteit van zijn handelswaar, over de prijzen die hij rekende en over wie allemaal klant bij hem waren. De grootmeester zei weinig terug. Dat maakte de bonthandelaar nieuwsgierig. “Waarom reist u naar Vladivostock?” vroeg hij de grootmeester. “En wat hebt u een vreemd geblokt doosje voor u op tafel liggen.”

De grootmeester vertelde dat hij schaakte voor de kost en op weg was naar een belangrijk toernooi. Het doosje was zijn zakschaakspel. Dat had hij mee genomen om wat oude partijen na te spelen. Hij zei het niet - daar was hij te beleefd voor - maar hij bedoelde: stoor me niet langer en laat me rustig schaken!

De bonthandelaar veerde op. Schaken! Daar had hij wel eens van gehoord. En hij had het altijd al willen leren! “Kunt u mij niet leren schaken?”

De grootmeester zuchtte diep. Dat was wel het láátste waar hij zin in had. “Het is een erg moeilijk spel. Het duurt heel lang om alle regels uit te leggen. En ik kan ook helemaal niet zo goed uitleggen. ” Maar de bonthandelaar drong aan: “Ach kom, we zitten toch een week in deze trein, tijd zat!”

Het leek de grootmeester het slimst om maar toe te geven. Dan bleef de man tenminste niet doorzeuren. Dus hij legde hem geduldig alle regels uit. Hij vertelde over de loop van de stukken, over schaak zetten en over mat. En legde ook de bijzondere zetten uit, zoals ‘en passant’-slaan en de rokade, en hoe een pion promoveert als hij de overkant van het bord bereikt.

“Zo, nu weet je alles”, zei de grootmeester en hij wilde weer verder gaan met zijn studie.

“Ah, kunnen we niet één partijtje spelen?” vroeg de bonthandelaar. “Eentje maar, hoor. Dan weet ik zeker dat ik het kan. Het lijkt me een erg leuk spel."

Weer gaf de grootmeester toe. De stukken werden in de beginstelling gezet en de partij begon. Na een tijdje spelen stond deze stelling op het bord:

 

“We kunnen nu wel stoppen”, bromde de grootmeester, die met wit speelde. “Want ik win toch. Jij kunt alleen nog maar je pion in de hoek zetten. Dan promoveert je pion tot een ander stuk, maar daar heb je niks aan. Want daarna ga ik met mijn loper van b6 naar d4 en dan is het mat.”

Maar de bonthandelaar wilde niet opgeven en dacht heel lang na, tot ergernis van de grootmeester. Toen zette hij zijn pion van h2 naar h1 en vroeg om…  een zwarte koning.

“Dat kan helemaal niet!” riep de grootmeester. “Een pion mag niet tot een koning promoveren.” De bonthandelaar sputterde tegen. “Maar u had gezegd dat ik mag kiezen in welk stuk een pion aan de overkant verandert.”

De grootmeester haalde zijn schouders op. Vooruit dan maar. Misschien had hij het niet goed uitgelegd. Beter nu maar even doorspelen en snel mat zetten, dan was hij van het gedoe af. Toen kwam er een diepe frons over zijn voorhoofd. Want hoe moest hij dat aanpakken?

Hij kon zijn ene loper van b6 naar d4 spelen. Dan stond de koning op a1 mat. Maar dan stond de andere koning pat! Hoe zou hij dat nu weer moeten uitleggen aan de bonthandelaar?

 

Dan maar de andere loper spelen, van a6 naar b7? Nee, dan kwam de koning op h1 wel mat te staan, maar was het pat op a1… 

 

De grootmeester keek nog eens goed naar het bord en begon toen breed te grijnzen. Hij speelde zijn pion van a7 naar a8. “Nu wil ik ook een zwarte koning!” zei hij.

De bonthandelaar kon nog maar één zet spelen: met de nieuwe koning van a8 naar b8.

De grootmeester schoof daarna zijn pion van h6 naar h7.

Weer had de bonthandelaar geen keuze. Hij kon alleen de koning van b8 weer terugzetten op a8.

Met een triomfantelijke blik zette de grootmeester zijn pion op h8 en vroeg een dame. “Kijk, zei hij: nu staan uw zwarte koningen alle drie mat!”

 

“Wauw”, zei de bonthandelaar. “Wat een fantastisch spel! Nu begrijp ik waarom u zo veel moet studeren."

De grootmeester schudde hem opgelucht de hand. Eindelijk kon hij aan de voorbereiding op zijn toernooi beginnen.

En hij leefde nog lang en gelukkig (want dit is tenslotte sprookje).


* Van dit verhaal bestaan verschillende versies. De details verschillen; de schaakstellingen zijn hetzelfde. In 2001 verscheen een variant in De Voorloper van de KNSB, het toenmalige jeugdmagazine voor leden van de schaakbond dat later is opgegaan in het Schaakmagazine. In die versie speelde grootmeester Max Euwe een partijtje schaak tegen een treinpassagier. Het is - zonder Euwe - ook terug te vinden op de website van Tata Steel Chess (2008).

Join Chessity now! Don't worry, it's free & easy.

Login Create account

0 Comments

Gameviewer widget for your website

Just copy and paste the code below on your website wherever you want the gameviewer to display.
The gameviewer widget for websites 600px by 330px in dimensions.
<script type="text/javascript">
	var chessity_gameblog_id = 1178;
</script>
<script type="text/javascript" src="https://www.chessity.com/gameview.js"></script>